EXCUSES BOUTERSE (96)

6. jul, 2021

De Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck heeft vijf jaar grondig onderzoek gedaan naar de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië in de jaren 40 (van de vorige eeuw). In een interview in de Volkskrant (28 november 2020) zegt hij geschrokken te zijn van de hardheid van Nederland, van de psychologische kortzichtigheid en de grove borstel die is gehanteerd. Nederland leed aan zelfoverschatting en grootspraak, heeft oorlogsmisdaden begaan, politieke tegenstanders geïnterneerd onder mensonterende omstandigheden. Volgens van Reybrouck (en dat kan ik beamen) zijn Nederlanders trots op hun koloniale verleden (50%), alleen 6% schaamt zich. Het uitmoorden van Indonesiërs in dorpen als Rawa Gedeh is bekend (advocaat Liesbeth Zegveld strijdt al jaren voor de nabestaanden), ook bekend is dat Nederlandse militairen misdrijven en wreedheden hebben gepleegd. Dit alles is te lezen in zijn boek "Revolusi". Dan is het bieden van excuses door de regering in Den Haag en een ruime financiële tegemoetkoming meer op zijn plaats. Het gaat echter heel moeizaam. Rechts Nederland ziet dit als knieval. 

De misdrijven gepleegd in Suriname tijdens de slavernij (en zelfs 10 jaar na de afschaffing in 1863), is een ander hoofdstuk dat Nederland tot diepe schaamte moet dwingen. Dit blijft uit, hoewel experts het met elkaar over eens zijn dat van verjaring geen sprake kan zijn. Daarom zijn de verontschuldigingen van de burgemeester van Amsterdam (Femke Halsema) voor de gitzwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis, op hun plaats. Suriname is bloederig leed toegebracht, dat met de komst van contractarbeiders uit India en Indonesië, niet was gestopt: de ronselpraktijken en slinkse plannen, de volgepropte barakken en cultuuronderdrukking, zijn bekend. 

Hoofdstuk drie leidt ons naar een andere periode in de Surinaamse historie: in 1980 en jaren daarna. 8 december 1982 is voor Suriname een open wond, en telkens als Bouterse (de pleger van de coup en de slager van Paramaribo die minimaal 15 tegenstanders op gruwelijke wijze heeft vermoord)in gedachten voorbijkomt, gaat de wond hevig boelden. Hij nadert het einde van zijn leven, en de berusting bij veel gelovigen dat hij zijn straf zal ondergaan, is geen reden tot passiviteit, en getuigt meer van lichtzinnigheid. Want waarom heeft God (die de straf zal uitspreken, dus hoeven wij dat op aarde niet te doen) ruim 40 jaar gewacht om zijn vonnis te vellen? Heeft Hij 40 jaar lang de andere kant op gekeken, en Suriname en de nabestaanden genegeerd? Was en is het een goddelijk complot om Bouterse te bevoordelen? Je zou moeten vaststellen dat de aanwezigheid van God niets heeft toegevoegd aan herstel van de rechtsstaat en aan het geluk van Suriname. De aanwezigheid van Bouterse heeft niets toegevoegd aan het geluk van Surinamers. 40 jaar lang heeft hij zich in weelde kunnen onderdompelen (een persoonlijke El Dorado) en heeft zich overgegeven aan elitaire bezigheden. Hij beroept zich bovendien op dezelfde God die hem tot sterke man van Suriname heeft gepromoveerd en beschermd. Dank u wel, o Heer! En als velen de dood van zijn kleinzoon als straf zien, kun je je weer afvragen waarom dat zo laat komt. Hij heeft er voor gezorgd dat de ratio is overwoekerd (af te leiden aan het gedrag en visie van zijn handlangers), duistere denkers paraderen door de straten met ideeën die pervers zijn. Geen enkele twijfel over het verleden voedt het kritische denken, dat spijkers op laag water blijft zoeken en Santokhi betrapt op langzaam beleid. De pot verwijt zo de ketel dat hij zwart is. Het doden van critici in 1982 was geoorloofd, en is ondergeschikt aan de traagheid waarmee de huidige regering perspectieven opent, zo wordt gedacht. Doden is acceptabel, puin ruimen niet, nietwaar beste patriotten? En Bouterse spint hierbij garen. De politieke invloed die hij heeft gekocht (juist: gekocht!) vanaf 1980, is niet veranderd, de status-quo wordt gekoesterd. Het is geen geheim: democratie was te koop, fundamenten van de rechtsstaat waren te koop, en ingewijden weten hoeveel er is betaald om corrupte zielen over te halen, en over de tegenprestaties die werden verwacht. Omgekeerde bewegingen waren er ook: grof geld werd van partij gewisseld om vergunningen te bemachtigen. Door deze transacties werd Suriname feitelijk onder curatele gezet. 

Wellicht zal de herschrijving van de Surinaamse geschiedenis met feiten, enige relativering in het denken teweegbrengen. En wat betreft Bouterse: zijn dood moet niet het einde betekenen, als de "straf" is voltrokken. Een postume veroordeling, tot levenslang, zal een bewijs zijn van de kracht van een democratische rechtsstaat. Misschien ziet Bouterse dat anders. Misschien ziet hij zichzelf door de hemelpoort lopen, richting het paradijs, en misschien denkt hij nu: laat mij maar excuses bieden voor de gepleegde misdrijven, dan heb ik vrije doortocht, dan is de kans levensgroot aanwezig dat ik in de annalen vermeld zal worden als een staatsman die het beste met zijn landgenoten voorhad. Twee vliegen in een klap. De moord in 1982 was afgrijselijk, en in navolging van rationele denkers zou het bieden van excuses de rust enigszins laten terugkeren. En zou hij goede sier kunnen maken. Ook als hij zijn rijkdom verdeelt onder de nabestaanden.

Manuel Sewgobind